Deblokkeren bankpas op verzoek niet-pashouder kan vervelende gevolgen hebben

Verbintenissenrecht. Rabobank heeft een verloren gewaande bankpas gedeblokkeerd op verzoek van een niet-pashouder. Dat kan vervelende gevolgen hebben.

Samenvatting annotatie onder Hof Amsterdam 11 november 2014, Prg. 2015/109 m.nt. P.J.M. Ros (ECLI:NL:GHAMS:2014:4739).

In deze kwestie had de Rabobank een bankpas van een stichting geblokkeerd. De bankpas zou volgens het bestuur zijn gestolen. Naderhand diende zich een bestuurslid aan bij de bank met het verzoek om de pas de deblokkeren omdat hij weer terecht was. Het betrof hier echter niet de kaarthouder zelf die dat verzoek deed. Echter, de bank deblokkeert de bankpas met als gevolg dat er € 35.000 onrechtmatig wordt weggesluisd. De stichting spreekt de bank aan wegens wanprestatie en de bank op haar beurt de borgstelling. De kantonrechter wijst dat op verzoek van de borgen af en het hof bekrachtigt dit. De bank wordt veroordeeld in de proceskosten.

Vast staat dat de bank in gebreke is geweest, immers, zij had de pas volgens haar eigen algemene voorwaarden niet mogen deblokkeren op aangeven van de bestuurder niet-kaarthouder. Echter, geïntimeerden (de aangesproken borgen) gaan volgens ons ook niet geheel vrij uit. Een van hen heeft de bankpas immers in strijd met art. 2 lid 1 Algemene voorwaarden aan de niet-kaarthouder verstrekt met daarbij de pincode. Verder is de bank voorgelogen dat de pas was gestolen, terwijl deze dus feitelijk was doorgegeven. Toen de niet-kaarthouder de bank verzocht om deblokkering, mocht deze aannemen dat er kennelijk sprake was van een misverstand en dus niet van vermissing of diefstal. Dit te meer, omdat de niet-kaarthouder als bestuurder zijn bevoegdheden ook niet was ontnomen. Dat het hof het vonnis bekrachtigt, is dus tot daar aan toe, de proceskosten hadden wat ons betreft wel mogen worden gecompenseerd. Dit in verband met toch een zeker mate van eigen schuld ex art. 6:101 BW.

Wilt u meer weten? Het volledige commentaar met aanvullende jurisprudentie is te raadplegen in de annotatie onder Hof Amsterdam 14 oktober 2014, Prg. 2015/109 m.nt. P.J.M. Ros (ECLI:NL:GHAMS:2014:4739) of neem contact op met ons kantoor.

Print Friendly, PDF & Email