Ondanks latere aanvulling is ongemotiveerd wrakingsverzoek niet-ontvankelijk

Burgerlijk procesrecht: Een ongemotiveerd wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk, ook als kort daarna duidelijk omschreven gronden worden ingediend.

Samenvatting annotatie onder Rechtbank Gelderland (wrakingskamer Arnhem) 25 juni 2015, Prg. 2015/239 m.nt. P.J.M. Ros (ECLI:NL:RBGEL:2015:4919).

Drie dagen na ontvangst van het proces-verbaal van de zitting ontvangt de rechtbank een brief met grieven van verzoeker. Daarin wordt de kinderrechter een keur van verwijten gemaakt, en niet de minste. Pas een week later heeft verzoeker het daadwerkelijke wrakingsverzoek gedaan. Weer een week later heeft hij het verzoek nader toegelicht. Ex art. 37 lid 3 Rv moeten alle feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen. Verzoeker heeft echter een belangrijk deel daarvan al in zijn eerste brief opgeschreven. Zo bezien waren de (meeste) relevante feiten en omstandigheden de rechtbank dus tijdig, want op het moment van het wrakingsverzoek, bekend.

Niet zelden wordt een wrakingsverzoek dat wordt ingediend 14 dagen na ontvangst van het proces-verbaal, nog ontvankelijk verklaard, vgl. Rb. Amsterdam (wrakingskamer) 6 juli 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:9135. Daarin vond de wrakingskamer het billijk dat verzoeker, die zijn verzoek 14 dagen na datum vonnis indiende, “enige bedenktijd” werd gegund. In Hoge Raad 13 april 2010, NJ 2010/234 (ECLI:NL:HR:2010:BJ9926) is bepaald dat een wrakingsverzoek ex art. 37 Rv in ieder geval tijdig is gedaan als dit voorafgaand aan de einduitspraak op de desbetreffende griffie is ontvangen en wel zodanig dat de betrokken rechter(s) daarvan redelijkerwijs nog kennis kon(den) nemen. Zie ook het commentaar onder Rb. Noord-Holland (wrakingskamer) 24 november 2015, Prg. 2015/20 (ECLI:NL:RBNHO:2014:11321).

De lagere rechtspraak is vaak niet eenduidig. Art. 37 lid 1 Rv eist in ieder geval niet dat het wrakingsverzoek terstond of onverwijld moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Al met al is de niet-ontvankelijkverklaring in de onderhavige zaak volgens ons dus niet zonder meer vanzelfsprekend.

De volledige annotatie met aanvullende jurisprudentie is te raadplegen onder Rechtbank Gelderland (wrakingskamer Arnhem) 25 juni 2015, Prg. 2015/239 m.nt. P.J.M. Ros (ECLI:NL:RBGEL:2015:4919) of neem contact op met ons kantoor.

Print Friendly, PDF & Email