Deurwaarders hoeven voor afgifte exploot niet over hekken of muren te klimmen

Procesrecht: Deurwaarders hoeven niet over hekken of muren te klimmen als er niemand is om het exploot aan te nemen en er geen zichtbare brievenbus of deurbel is.

Samenvatting annotatie onder hof Den Haag 8 april 2014, Prg. 2014/171 m.nt. PJMR (ECLI:NL:GHDHA:2014:1359).

In deze kwestie boog het hof Den Haag zich over de vraag of de deurwaarder de verzetdagvaarding terecht per gewone post bij appellante heeft afgeleverd (ex art. 47 lid 1 Rv) en dus niet aan haar in persoon heeft betekend. Appellante meent dat de deurwaarder het exploot van de verzetdagvaarding niet zonder meer per gewone post had mogen sturen. De deurwaarder had volgens haar de volgende dag nog eens moeten proberen om het stuk alsnog en in persoon af te geven. Volgens het hof is de deurwaarder echter tegen een hoog hek aangelopen en verder trof hij niemand aan bij de woning van appellante. Bovendien ontbrak een brievenbus en een deurbel was evenmin te vinden. De deurwaarder heeft het verzetexploot aldus op goede gronden per gewone post gezonden.

Er bestaat geen rechtsregel die erin voorziet dat de deurwaarder bij gebleken onmogelijkheid om te betekenen aan de deur van appellante als privépersoon, zonder meer verplicht is om dit de volgende dag – en de dagen erna – nogmaals te proberen. Deurwaarders zijn er niet om over hekken of schuttingen te klimmen. Ook is er geen verplichting om het exploot in dat geval ex art. 63 Rv aan haar (voormalige) advocaat in eerste aanleg te betekenen. Het hof wijst de grief af.

In beginsel verstrekt de deurwaarder een afschrift van het exploot in persoon aan degene voor wie het stuk is bedoeld. Lukt dat niet, dan kan het stuk worden afgegeven aan een huisgenoot, waarvan aannemelijk is dat die het afschrift aan de betrokkene tijdig zal overhandigen (art. 46 lid 1 Rv). Slaagt ook dat niet, dan laat de deurwaarder bij de woonplaats van de betrokkene een afschrift achter in gesloten envelop. Is ook dat onmogelijk, pas dan zal de deurwaarder het afschrift per gewone post doen toezenden (art. 47 lid 1 Rv). Dit laatste was hier dus het geval.

Het volledige commentaar met aanvullende jurisprudentie is te raadplegen in de annotatie onder hof Den Haag 8 april 2014, Prg. 2014/171 m.nt. PJMR (ECLI:NL:GHDHA:2014:1359) of neem contact op met ons kantoor.

Print Friendly, PDF & Email