Liegen over fiscaal inkomen: zelfstandig verzoek afgewezen

Procesrecht: Liegen over fiscaal inkomen komt de man duur te staan: hij verspeelt zijn recht op toewijzing van zijn zelfstandig verzoek.

Samenvatting annotatie onder Rb. Almelo 4 februari 2014, Prg. 2014/195 m.nt. PJMR (ECLI:NL:RBOVE:2014:3273).

Pas na de mondelinge behandeling is aan de rechtbank bekend gemaakt dat het werkelijke fiscaal inkomen van de man hoger ligt dan dat hij in eerste instantie heeft willen toegeven. Ook de vrouw blijkt te zijn verrast. Het gaat om een extra bedrag van € 15.112,= in 2012. Dit is volgens de rechtbank niet in overeenstemming met hetgeen de man eerder heeft gesteld.

De rechtbank rekent hem dit ex art. 21 Rv zwaar aan (procederen in strijd met de waarheidsplicht) en sanctioneert dit met afwijzing van zijn zelfstandig verzoek. De rechtbank ‘compenseert’ de proceskosten, dat wil zeggen dat deze voor rekening van partijen zelf komen, ieder draagt dus zijn eigen proceskosten. Maar het kan ook anders. Zo blijkt uit hof Den Haag 14 mei 2014, Prg. 2014/197 (ECLI:NL:GHDHA:2014:1689), dat zich ook in familierechtelijke zaken gevallen kunnen voordoen waarbij het juist in strijd is met de redelijkheid en billijkheid om de proceskosten te compenseren. Dat kan bijvoorbeeld zijn als iemand de ander nodeloos in rechte betrekt, dus zonder bijzondere noodzaak (in de kwestie van het hof Den Haag ontbraken relevante grieven). Steeds vaker besluiten rechtbanken en hoven om onnodig procederende (ex)echtelieden in de proceskosten van de ander te veroordelen.

Wilt u meer weten? Het volledige commentaar met aanvullende jurisprudentie is te raadplegen in de annotatie onder Rb. Almelo 4 februari 2014, Prg. 2014/195 m.nt. PJMR (ECLI:NL:RBOVE:2014:3273) of neem contact op met ons kantoor.

Print Friendly, PDF & Email