Vliegtuigpassagiers kunnen tot twee jaar na vertraging compensatie claimen

Consumentenrecht: Welke verjaringsregels zijn van toepassing op een schadevergoeding volgens de Luchtvaartverordening 261/2004? 

Samenvatting annotatie onder Kantonrechter Haarlem 21 april 2010, Prg. 2010/146 (LJN BM5869).

In deze zaak eisen passagiers dat Transavia hen wegens annulering van een vlucht van Eindhoven naar Spanje compenseert op grond van Verordening (EG) 2004 nr. 261/2004. Eisers stellen dat zij zes uur te laat zijn aangekomen. Transavia beroept zich op verjaring van de vordering.

Verjaring is in de hiervoor genoemde verordening echter niet geregeld. Als gevolg daarvan moet in deze dus worden teruggevallen op Afdeling 13 van Titel 20 van Boek 8 BW. De kantonrechter overweegt dat de vlucht van de passagiers ernstig was vertraagd en niet is geannuleerd. Het HvJEG heeft eerder in twee arresten uitgemaakt dat voor de toepassing van het recht op schadevergoeding passagiers van vertraagde vluchten gelijkgesteld worden met passagiers van geannuleerde vluchten. In luchtvaartkringen is deze uitkomst niet met gejuich ontvangen. Wat luchtvaartmaatschappijen doorgaans rest, is veelal een beroep op verjaring. In casu is dus art. 8:1835 BW van toepassing, dat de verjaringstermijn op twee jaar bepaalt.

De tweejaarstermijn geldt alleen als er uitdrukkelijk sprake is van luchtvervoer. Indien er sprake is van gecombineerd vervoer, gelden krachtens art. 8:121 BW voor ieder deel van de reis de daarop van toepassing zijnde regels. De verjaringstermijn van twee jaar is overigens van dwingendrechtelijke aard, omdat deze is vastgesteld krachtens het Verdrag van Montreal van 28 mei 1999.

Het volledige artikel is te raadplegen bij Kluwer (inloggen bij abonnementen), of neem contact op met ons kantoor.

Print Friendly, PDF & Email